EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 14 · English version

Hoofdstuk 14: GNSS en navigatieoorlogvoering

Satellietnavigatie als EW-doelwit: werkingsprincipe, frequenties en codes (C/A, P(Y), M), processing gain, jamming en spoofing, en bescherming met CRPA, FRPA, M-code en INS-koppeling.

Open hoofdstuk 14 in de academy

14.1Inleiding

Moderne strijdkrachten zijn diep afhankelijk geworden van GNSS — Global Navigation Satellite System. Niet alleen voor het bepalen van de eigen positie, maar ook voor het sturen van precisiewapens (JDAM, kruisraketten), het synchroniseren…

Lees §14.1 →

14.2Werkingsprincipe: trilateratie en tijd

Elke GPS-satelliet zendt steeds "hier ben ik en zo laat is het". Uit hoe laat elk signaal aankomt, rekent de ontvanger zijn afstand tot minstens vier satellieten uit — en daarmee zijn positie én een zeer nauwkeurige tijd.

Lees §14.2 →

14.3Frequenties en banden

GNSS werkt in de L-band (1–2 GHz). Die keuze is een compromis: laag genoeg om relatief goed door de atmosfeer en lichte begroeiing te komen, hoog genoeg voor bruikbare antenne-afmetingen. Alle GPS-frequenties zijn afgeleid van één…

Lees §14.3 →

14.4Codes en signalen

Alle GPS-satellieten zenden op dezelfde frequenties. Hoe houdt de ontvanger ze dan uit elkaar? Met CDMA (Code Division Multiple Access): elke satelliet moduleert zijn signaal met een unieke, pseudo-willekeurige PRN-code (Pseudo-Random…

Lees §14.4 →

14.5Processing gain: de sleutel tot alles

Fluisteren in een drukke kantine en toch verstaan worden: dat lukt als de luisteraar precies weet welke woorden hij kan verwachten. Zo haalt een GPS-ontvanger met zijn bekende code een signaal op dat zwakker is dan de ruis.

Lees §14.5 →

14.6De fundamentele kwetsbaarheid

Zet de getallen naast elkaar en de kwetsbaarheid spreekt voor zich. Het satellietsignaal reist ~20.200 km en arriveert op ongeveer −160 dBW . Een jammer staat veel dichterbij en hoeft maar één kant op te zenden — de inverse-kwadratenwet…

Lees §14.6 →

14.7GNSS-jamming

GPS-jamming verdrinkt het zwakke satellietsignaal in ruis. De ontvanger merkt dat hij geen positie meer heeft — het is lastig, maar je weet tenminste dat er iets mis is.

Lees §14.7 →

14.8Spoofing en meaconing

Spoofing voert een nep-GPS-signaal in dat er echt uitziet. De ontvanger merkt niets en denkt dat hij ergens anders is — en dat maakt spoofing gevaarlijker dan jamming.

Lees §14.8 →

14.9Bescherming en anti-jam

Bescherming van GNSS (de EPM-kant, H12, toegepast op navigatie) werkt in lagen. Geen enkele maatregel is op zichzelf voldoende; samen verhogen ze de J/S-drempel en sluiten ze de spoofing-achterdeuren. De antenne is daarbij de eerste en…

Lees §14.9 →

14.10Afsluiting

Lees §14.10 →