De kern van dit hoofdstuk:
- GNSS (GPS, GLONASS, Galileo, BeiDou) levert positie én tijd via trilateratie: vier pseudoranges lossen x, y, z en de klokfout op.
- De signalen liggen in de L-band (L1 1575,42 / L2 1227,60 / L5 1176,45 MHz) en worden onderscheiden met unieke PRN-codes (CDMA).
- De drie GPS-codes lopen op in robuustheid: C/A (open, smal, kwetsbaar), P(Y) (versleuteld, sneller, robuuster), M-code (modern, BOC, direct te vinden, het sterkst).
- Processing gain verklaart alles: het haalt het signaal van onder de ruis (zoals pulse compression bij radar), maar is eindig — en omdat het signaal zó zwak is, kan een jammer van enkele watts GNSS over grote afstand ontzeggen.
- Jamming verdrinkt het signaal (denial); spoofing/meaconing vervalst positie of tijd (deceptie) en is vaak de grotere dreiging.
- Bescherming is gelaagd: FRPA (vast patroon, beperkt) vs. CRPA (array met null/beam steering, krachtig en ook anti-spoofing), aangevuld met M-code, INS-koppeling, multi-constellatie en alternatieve PNT.
- Dit alles valt onder NAVWAR — EW toegepast op het navigatiespectrum: eigen PNT beschermen, dat van de tegenstander ontzeggen.
Daarmee sluit de leerlijn aan op de actualiteit: na de klassieke EW van radar, IR en raketten is de strijd om positie en tijd een van de meest bepalende terreinen van het moderne gevecht geworden.