Spoofing voert een nep-GPS-signaal in dat er echt uitziet. De ontvanger merkt niets en denkt dat hij ergens anders is — en dat maakt spoofing gevaarlijker dan jamming.
In de praktijkIn 2017 meldden ruim twintig schepen in de Zwarte Zee dat hun GPS ze op een vliegveld landinwaarts plaatste. In de oorlog in Oekraïne wordt spoofing ingezet om aanvalsdrones en kruisraketten van hun doel af te laten dwalen (§ 17.5).
Jamming máákt GNSS onbruikbaar; spoofing is verraderlijker — het laat de ontvanger een verkeerde positie of tijd berekenen terwijl die denkt dat alles in orde is. Het is de navigatie-tegenhanger van deceptive jamming (§ 11.4): geen ruis, maar geloofwaardige leugens.
- Spoofing: de aanvaller zendt nagemaakte GNSS-signalen met correcte codes maar gemanipuleerde tijd/positiegegevens. De geavanceerde variant sluipt eerst aan op de echte signalen (gelijke positie, iets sterker), "vangt" de tracking-loops van de ontvanger en trekt vervolgens de berekende positie of tijd langzaam weg — exact het mechanisme van een range gate pull-off (§ 11.4.1), maar dan in het navigatiedomein.
- Meaconing: de aanvaller vangt echte GNSS-signalen op en zendt ze met vertraging opnieuw uit. Hij hoeft de codes niet te kennen (werkt dus óók tegen versleutelde P(Y)/M!), maar kan alleen een offset opdringen, geen volledig vrije positie.
Een gejamd systeem weet dat het geen GPS heeft en kan terugvallen op alternatieven. Een gespooft systeem vertrouwt blind op een foute positie of tijd — een wapen vliegt naar de verkeerde coördinaten, een drone wordt "naar huis" gestuurd, of een heel netwerk dat op GPS-tijd leunt raakt ongemerkt ontregeld. Spoofing is daarom vaak de grotere dreiging dan jamming.
Tegen spoofing helpen: signaal-authenticatie (Galileo OSNMA, en de versleutelde militaire codes — wat niet te reproduceren is, is niet te spoofen), aankomstrichting-controle met een CRPA (§ 14.9.2 — echte satellieten komen uit verschillende richtingen van bovenaf, een spoofer meestal uit één richting), vermogens- en plausibiliteitscontroles, en kruiscontrole met een INS of een tweede navigatiebron.