Zet de getallen naast elkaar en de kwetsbaarheid spreekt voor zich. Het satellietsignaal reist ~20.200 km en arriveert op ongeveer −160 dBW. Een jammer staat veel dichterbij en hoeft maar één kant op te zenden — de inverse-kwadratenwet (§ 5.6) werkt volledig in zijn voordeel.
Een rekensom ter illustratie: een jammer van slechts 1 watt kan een eenvoudige C/A-ontvanger over een straal van tientallen kilometers blind maken; een paar honderd watt dekt een heel gevechtsgebied. Vergelijk dat met de tientallen kilowatts piekvermogen die een radar nodig heeft (§ 5.10.3) en het wordt pijnlijk duidelijk: GNSS verstoren is spotgoedkoop, GNSS beschermen is duur.
Een ontvanger die het signaal al volgt ("tracking") verdraagt meer jamming dan een ontvanger die het nog moet vinden ("acquisition"). Daarom is het opstartmoment — een koude ontvanger die voor het eerst fix zoekt — het kwetsbaarst. Een wapen of voertuig dat het operatiegebied binnenkomt met een al-lopende, door INS ondersteunde track (§ 14.9) is veel moeilijker te ontzeggen.