GNSS werkt in de L-band (1–2 GHz). Die keuze is een compromis: laag genoeg om relatief goed door de atmosfeer en lichte begroeiing te komen, hoog genoeg voor bruikbare antenne-afmetingen. Alle GPS-frequenties zijn afgeleid van één basisklok van 10,23 MHz.
| Band | Frequentie | Signalen | Gebruik |
|---|---|---|---|
| L1 | 1575,42 MHz | C/A, P(Y), M, L1C | civiel + militair; meest gebruikt |
| L2 | 1227,60 MHz | P(Y), M, L2C | militair + (modern) civiel; ionosfeercorrectie |
| L5 | 1176,45 MHz | L5 (Safety-of-Life) | civiele luchtvaart; krachtiger, robuuster |
De andere systemen liggen er deels bovenop: Galileo E1 overlapt L1, en E5a valt samen met L5. Dat is opzettelijk — het maakt multi-constellatie-ontvangers mogelijk (§ 14.9), maar het betekent ook dat één jammer op de L1-frequentie meteen GPS én Galileo raakt.
De ionosfeer vertraagt het signaal frequentieafhankelijk. Een ontvanger die op twee banden tegelijk meet (bijv. L1 én L2/L5) kan die vertraging berekenen en wegrekenen — vandaar dat nauwkeurige en militaire ontvangers altijd dual-frequency zijn. Voor EW is dat ook relevant: dual-band-ontvangers zijn moeilijker volledig te verstoren dan single-band.