EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 14 · §14.3 · English version

§14.3 Frequenties en banden

Open §14.3 in de academy

GNSS werkt in de L-band (1–2 GHz). Die keuze is een compromis: laag genoeg om relatief goed door de atmosfeer en lichte begroeiing te komen, hoog genoeg voor bruikbare antenne-afmetingen. Alle GPS-frequenties zijn afgeleid van één basisklok van 10,23 MHz.

BandFrequentieSignalenGebruik
L11575,42 MHzC/A, P(Y), M, L1Cciviel + militair; meest gebruikt
L21227,60 MHzP(Y), M, L2Cmilitair + (modern) civiel; ionosfeer­correctie
L51176,45 MHzL5 (Safety-of-Life)civiele luchtvaart; krachtiger, robuuster

De andere systemen liggen er deels bovenop: Galileo E1 overlapt L1, en E5a valt samen met L5. Dat is opzettelijk — het maakt multi-constellatie-ontvangers mogelijk (§ 14.9), maar het betekent ook dat één jammer op de L1-frequentie meteen GPS én Galileo raakt.

Waarom twee frequenties?

De ionosfeer vertraagt het signaal frequentie­afhankelijk. Een ontvanger die op twee banden tegelijk meet (bijv. L1 én L2/L5) kan die vertraging berekenen en wegrekenen — vandaar dat nauwkeurige en militaire ontvangers altijd dual-frequency zijn. Voor EW is dat ook relevant: dual-band-ontvangers zijn moeilijker volledig te verstoren dan single-band.