EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 6 · English version

Hoofdstuk 6: Infrarood

Warmtestraling als sensor: de indeling van het IR-spectrum, actieve en passieve infraroodsystemen, en de fysieke beperkingen van IR.

Open hoofdstuk 6 in de academy

6.1Inleiding

Infrarood (IR) is het deel van het EMS tussen de radiogolven en het zichtbare licht: van 300 GHz tot ~394 THz, ofwel golflengtes van 1 mm tot 760 nm. Voor het oog onzichtbaar, maar voelbaar als warmte — en voor sensoren een goudmijn.

Lees §6.1 →

6.2Indeling van het infraroodspectrum

Alles wat warm is, straalt infrarood uit. Hoe heter iets is, hoe korter de golflengte waar die straling het sterkst is. Een hete uitlaat (600–1000 K) straalt vooral op 3–5 µm (MWIR), een mens of voertuig (rond 300 K) rond 10 µm (LWIR).

Lees §6.2 →

6.3Actieve en passieve infrarood

Net als bij radar onderscheiden we actieve en passieve systemen — maar bij IR is passief de norm:

Lees §6.3 →

6.4Nadelen van infrarood

Infrarood ziet warmteverschil, niet door alles heen. Mist, regen en wolken slokken de straling op, en als alles even warm is, verdwijnt het contrast.

Lees §6.4 →

6.6IR-zoekkoppen van naderbij

De bekendste passieve IR-toepassing is de zoekkop (seeker head) van een hittezoekende raket — van schoudergelanceerde MANPADS tot moderne lucht-luchtraketten. De zoekkop moet één ding heel goed kunnen: de warmte van het doel vinden,…

Lees §6.6 →

6.5Afsluiting

Lees §6.5 →