Net als bij radar onderscheiden we actieve en passieve systemen — maar bij IR is passief de norm:
Passieve IR-systemen
Een passief IR-systeem zendt niets uit en detecteert uitsluitend de eigen warmtestraling van het doel (of het temperatuurcontrast tussen doel en achtergrond). Voorbeelden:
- Warmtebeeldcamera / FLIR (Forward Looking InfraRed): vormt een beeld van temperatuurverschillen; rijden, vliegen en richten bij nacht.
- IRST (InfraRed Search and Track): zoekt en volgt luchtdoelen passief — een "radar zonder uitzending" die alleen richting meet (geen range, § 4.2.2).
- IR-zoekkoppen van raketten: homen op de warmte van het doel (§ 9.7.2).
- Missile warning sensors: detecteren de hete pluim van een aanvliegende raket (vaak in UV én IR).
Het grote voordeel is al genoemd: volledige stilte. Geen emissie betekent geen waarschuwing bij het doel en niets om op te homen of te jammen-in-klassieke-zin.
Actieve IR-systemen
Een actief IR-systeem verlicht de scène zelf met een IR-bron en kijkt naar de reflectie. Historisch: IR-zoeklampen op tanks met nachtkijkers (eerste generatie nachtzicht). Modern: laser-illuminators en gated-viewing camera's, en de IR-laser van een rangefinder of designator (hoofdstuk 7) is in feite ook actieve IR.
Het nadeel is hetzelfde als bij radar, maar erger: iedereen met een (goedkope) IR-kijker ziet jouw zoeklamp als een brandende fakkel, op veel grotere afstand dan jij het doel ziet. Actieve IR-verlichting is daarom op het moderne gevechtsveld vrijwel verlaten ten gunste van passief warmtebeeld en restlichtversterking.
Passief = kijken naar de warmte die het doel zelf uitstraalt (standaard). Actief = zelf IR uitzenden en de reflectie bekijken (verraadt zichzelf; alleen nog in nichetoepassingen).