EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 6 · §6.6 · English version

§6.6 IR-zoekkoppen van naderbij

Open §6.6 in de academy

De bekendste passieve IR-toepassing is de zoekkop (seeker head) van een hittezoekende raket — van schoudergelanceerde MANPADS tot moderne lucht-luchtraketten. De zoekkop moet één ding heel goed kunnen: de warmte van het doel vinden, vasthouden en omzetten in stuurcommando's (§ 9.7.2) — terwijl de tegenstander met flares (§ 11.8) en DIRCM (§ 11.9) probeert hem te misleiden. Hoe een seeker dat doet, bepaalt zijn generatie.

De zoekkop van een vroege AIM-9B Sidewinder: achter de koepel zit de infrarooddetector die het warme doel volgt.
De zoekkop van een vroege AIM-9B Sidewinder: achter de koepel zit de infrarooddetector die het warme doel volgt. Foto: Steve Jurvetson / Wikimedia Commons — CC BY 2.0.

Types/generaties seekerkoppen (MANPADS)

IR-zoekkoppen zijn in vier generaties geëvolueerd, elke generatie als antwoord op de tegenmaatregelen van de vorige. De ontwikkeling is goed te volgen aan MANPADS:

Gen.TechniekKenmerkenVoorbeelden
1Ongekoeld/gekoeld PbS, spin-scan reticle, MWIR/NIRalleen tail-chase (achteraanzicht, hete uitlaat); zeer gevoelig voor flares en de zonSA-7, Redeye
2Gekoeld, conical-scannauwkeuriger, deels all-aspect, iets betere flare-afwijzingSA-14, vroege Stinger
3Two-color (twee banden, bijv. IR + UV), rosette-scanall-aspect (ook van voren), goede flare-discriminatie op spectrum en kinematicaStinger (FIM-92), SA-18 Igla
4Imaging IR (focal plane array, FPA)"ziet" een beeld i.p.v. een puntbron; beeldverwerking, doelherkenning, uitstekende CCMSA-24 Igla-S, AIM-9X, IRIS-T, ASRAAM

De rode draad: elke generatie maakt het moeilijker om de seeker te misleiden. Gen 1 trapt in vrijwel elke flare; een gen-4 imaging-seeker ziet het silhouet van een vliegtuig en herkent een flare als een losse, wegvallende puntbron (§ 11.8.2). Daarom verschuift de verdediging tegen moderne seekers van flares naar DIRCM (§ 11.9).

Scan patterns van de seeker

Een niet-beeldvormende seeker heeft maar één of enkele detectoren. Om tóch te weten wáár in zijn blikveld het doel zit (en niet alleen dát er warmte is), "scant" hij het beeld — en de manier waarop bepaalt zijn nauwkeurigheid en jam-bestendigheid:

con-scan (nutatie) rosette-scan staring FPA (beeld)
Van scannende seeker naar beeldvormende matrix: hoe "rijker" het patroon, hoe beter doel en flare te scheiden zijn.

FOV en FOR

Simpel gezegd

FOV is wat je op dit moment ziet, alsof je door een rietje kijkt. FOR is alles wat je kunt zien door je hoofd te draaien.

In de praktijk

De seeker van een MANPADS heeft een smal FOV: de schutter moet de buis ongeveer op het vliegtuig richten en wachten op de lock-toon voordat hij vuurt. In een modern gevechtsvliegtuig kan de seeker van een IR-raket met het helmvizier van de vlieger worden meegestuurd: hij kijkt dan ver opzij, dus een groot FOR.

Twee begrippen die je bij elke seeker (en elke EO/IR-sensor) tegenkomt — en vaak verward worden:

Ezelsbruggetje: FOV = waar je nú naar kijkt; FOR = alles waar je naar kúnt kijken door je ogen/hoofd te draaien. De seeker beweegt zijn smalle FOV door de grote FOR om een doel te zoeken en, eenmaal gevonden, te blijven volgen terwijl raket en doel manoeuvreren.

seeker FOR (kijkbereik) FOV (blikveld) doel
De smalle FOV (groen) beweegt binnen de veel grotere FOR (gestippeld) om het doel te vinden en te volgen.

Gimbal

Hoe beweegt de seeker zijn FOV door de FOR? Met een gimbal: een cardanische ophanging (meestal twee assen — pitch en yaw) waarop de optiek/detector draaibaar zit. De gimbal doet drie dingen tegelijk:

De gimbal heeft mechanische eindstanden: het gimbal limit (look-angle limit). Manoeuvreert het doel buiten die hoek — bijvoorbeeld een scherpe bocht vlak langs de raket — dan kan de seeker het niet meer volgen en breekt de lock. Een hoge gimbal-limit (groot FOR) en snelle gimbal maken een raket veel wendbaarder tegen ontwijkende doelen.

Modern alternatief

Sommige moderne seekers zijn strapdown: geen bewegende gimbal, maar een vast gemonteerde brede FPA waarbij het "kijken" elektronisch in software gebeurt. Minder bewegende delen, maar het vraagt een grote detector en zware beeldverwerking — vergelijkbaar met de stap van mechanische antenne naar AESA bij radar (§ 5.15.5).