Een onderschepping verloopt in drie fasen, elk met eigen geleidingsbehoeften:
- Boost / launch phase: de motor brandt, de raket accelereert en klimt weg van het platform. Vaak nog géén fijngeleiding: de raket vliegt een veilig, voorgeprogrammeerd profiel tot de seeker of de datalink het overneemt.
- Midcourse phase: het lange middenstuk. De raket vliegt energie-efficiënt naar een voorspeld onderscheppingspunt, gestuurd door inertiële navigatie met datalink-updates van het vuurleidingssysteem ("het doel is intussen hier"). Bij lange-afstandsraketten is dit veruit de langste fase.
- Terminal phase: de eindfase. De eigen seeker neemt het doel waar ("acquisition" of "lock-on") en stuurt de raket met hoge precisie naar de inslag of het detonatiepunt. Hier tellen seeker-prestaties, doelmanoeuvres en tegenmaatregelen.
Moderne raketten combineren dus geleidingsmethoden per fase — bijvoorbeeld: inertieel + datalink (midcourse) en actieve radar-seeker (terminal). Voor het doelwit betekent elke faseovergang een verandering in dreiging én in waarschuwing: de overgang naar actieve terminal homing is hoorbaar op de RWR als een nieuwe, naderende zender ("pitbull").