Vrijwel elke geleide raket bestaat uit dezelfde functionele secties, meestal in deze volgorde van neus tot staart:
- Seeker (zoekkop): de sensor in de neus die het doel waarneemt — een radarantenne (actief of semi-actief), IR-detector, SAL-detector of combinatie. Niet elke raket heeft er een: command-guided en beam-riding raketten worden van buitenaf gestuurd.
- Guidance section: de rekenkern die uit seeker- en/of datalink-informatie stuurcommando's berekent volgens de geleidingswet (§ 9.4).
- Autopilot: vertaalt de gewenste koerscorrecties naar daadwerkelijke roeruitslagen en houdt de raket stabiel (gyro's, versnellingsmeters).
- Warhead (gevechtslading): meestal fragmentatie met blast; bij grote doelen of bunkers penetrerend.
- Fuze (ontsteker): bepaalt het moment van detonatie. Naast contactontstekers vooral de proximity fuze: een mini-radar of laser die afgaat op het moment van dichtste nadering — een rechtstreekse toepassing van CW/doppler-techniek (§ 5.12).
- Propulsie: raketmotor (boost, eventueel boost-sustain) of luchtademende motor bij kruisraketten.
- Control section: stuurvlakken (canards, staartvinnen) en/of thrust vectoring die de berekende correcties uitvoeren.
EW-relevantie
Elke sectie is een potentieel aangrijpingspunt: de seeker is te misleiden (flares, chaff, DRFM), de datalink te jammen, de proximity fuze te triggeren of te onderdrukken, en de autopilot is te "overvragen" met een harde manoeuvre op het juiste moment (de raket heeft een beperkt energiebudget).