De fire control sequence (hoofdstuk 8) eindigt met een wapen onderweg naar het doel. Bij ongeleide wapens stopt de invloed na het schot; bij geleide wapens (missiles) wordt de baan tijdens de vlucht voortdurend gecorrigeerd. Dit hoofdstuk behandelt de vraag die voor de EW-specialist het allerbelangrijkst is: hoe wéét de raket waar het doel is?
Het antwoord bepaalt namelijk alles: welke emissies er in de lucht hangen tijdens een engagement, wie er moet blijven "kijken" tot de inslag, welke waarschuwing het doel krijgt, en welke tegenmaatregel kans van slagen heeft. Een raket die op de radar van zijn lanceerplatform leunt is anders te verslaan dan één die zelf zendt, en die weer anders dan één die volledig passief op jouw warmte afkomt.
We behandelen eerst de bouwstenen (onderdelen en vluchtfasen), daarna de geleidingsfamilies: beam riding, command guidance, homing guidance (semi-actief, passief, actief), track-via-missile en navigatiegeleiding.