Het slothoofdstuk in vogelvlucht:
- Een raket bestaat uit seeker, guidance, autopilot, warhead, fuze, propulsie en stuurorganen; de intercept verloopt in boost, midcourse en terminal — vaak elk met een eigen geleidingsmethode.
- Beam riding: de raket centreert zichzelf in een bundel die op het doel wordt gehouden — simpel en moeilijk te storen, maar kort van bereik.
- Command guidance (CLOS/COLOS): het platform ziet alles en stuurt de raket via een link — goedkope raket, maar afstandsafhankelijke nauwkeurigheid en een jambare link; ideaal als midcourse-methode.
- Homing: de seeker zit in de raket en de nauwkeurigheid gróéit naarmate hij nadert — SARH (platform verlicht, gebonden en luid), passief (IR/anti-radiation: volledig stil, fire and forget), ARH (eigen radar: autonoom, maar in de eindfase zelf detecteerbaar en jambaar).
- TVM (en het verwante Russische SAGG) combineert seeker-metingen met grondverwerking — het verschil zit in hoeveel de raket zelf voorbewerkt; navigation guidance (INS + GPS + TERCOM + terrain following) vliegt op positie in plaats van op het doel en stapelt lagen tegen jamming en spoofing.
Daarmee is de cirkel rond: van de grootheden en eenheden (H2) via golven en spectrum (H3–4), radar (H5), IR (H6) en laser (H7) naar de fire control-keten (H8) en het wapen dat hem voltooit (H9). Wie deze keten in beide richtingen kan doorlopen — als gebruiker én als tegenstander — heeft het fundament van het EW-vak in handen.