Alle voorgaande methoden geleiden op het doel. Navigation guidance geleidt op een positie: het wapen weet waar het naartoe moet (coördinaten) en navigeert daarheen zelfstandig, zonder iets van het doel te hoeven waarnemen. Dit is het domein van kruisraketten, ballistische raketten en GPS-geleide bommen — vooral tegen stilstaande doelen.
Inertial Navigation
Traagheidsnavigatie werkt zoals geblinddoekt lopen en je stappen en bochten tellen: je weet waar je bent zonder iets van buiten te zien, maar kleine fouten stapelen zich op.
In de praktijkKruisraketten en bommen met een JDAM-kit gebruiken INS samen met GPS. Wordt GPS gestoord, dan vliegen ze op INS verder — minder precies, maar ze raken niet de weg kwijt. Daarom maakt GPS-jamming zulke wapens minder nauwkeurig, maar houdt het ze niet tegen (§ 14.9.3).
Een Inertial Navigation System (INS) is volledig zelfstandige navigatie op basis van de bewegingswetten: gyroscopen meten elke draaiing, accelerometers elke versnelling. Vanaf een bekende startpositie integreert de computer versnelling → snelheid → positie, honderd(en) keren per seconde.
- Onjambaar en onzichtbaar: INS ontvangt niets en zendt niets — er is letterlijk geen signaal om te storen of te detecteren. Daarom is INS de ruggengraat van vrijwel elk geleid wapen.
- Maar: drift. Elke kleine meetfout wordt twee keer geïntegreerd en groeit met de tijd. Zelfs goede systemen lopen honderden meters per uur weg. Voor een korte raketvlucht prima; voor een kruisraket van twee uur onbruikbaar zonder correcties.
Daarom is het standaardrecept: INS als basis + periodieke positie-fixes van buitenaf — uit satellietnavigatie (§ 9.9.2), terreinvergelijking (§ 9.9.3) of een datalink-update. De combinatie heet "INS/GPS" en zit in vrijwel elk modern wapen: het INS levert de continue, onjambare geleiding; de fixes houden de drift in toom.
Ranging Navigation Guidance
Bij ranging navigation bepaalt het wapen zijn positie uit afstandsmetingen tot referentiepunten met exact bekende posities. De alomtegenwoordige uitvoering is satellietnavigatie (GPS/GNSS): elke satelliet zendt zijn positie en een uiterst nauwkeurig tijdsignaal; uit het looptijdverschil berekent de ontvanger zijn afstand tot elke satelliet (range = c × Δt — dezelfde formule als § 5.1.2), en uit vier of meer van die afstanden volgt de eigen 3D-positie plus tijd.
- Nauwkeurigheid: meters (militaire codes en augmentatie: beter) — overal ter wereld, in alle weer, zonder voorbereiding van het doelgebied.
- Kwetsbaarheid: het satellietsignaal is bij aankomst extreem zwak en daardoor makkelijk te jammen en — geavanceerder — te spoofen (vervalsen, zodat de ontvanger een verkeerde positie berekent). GPS-verstoring rond conflictgebieden is inmiddels alledaags.
- Daarom nooit alleen: GPS dient als drift-correctie op het INS (§ 9.9.1). Valt GPS weg, dan vliegt het wapen door op INS met langzaam groeiende fout in plaats van te verdwalen. Anti-jam antennes (nulvorming richting de jammer) verhogen de weerstand.
Historische voorlopers van hetzelfde principe: radiobakens en hyperbolische systemen (LORAN), en omgekeerd werkend: DME in de luchtvaart. Het concept is steeds identiek — afstanden tot bekende punten snijden je positie uit.
Terrain following guidance
Wapens en vliegtuigen die laag willen blijven gebruiken het terrein zelf als referentie. Twee verwante technieken:
Terrain following / terrain avoidance
Een terrain following radar (of radarhoogtemeter, vaak FMCW — § 5.13.1) meet continu de hoogte boven de grond en het profiel vóór het wapen, en stuurt zo dat een ingestelde minimale hoogte wordt gevolgd: heuvel op, dal in. Doel: onder de dekking van de radarhorizon blijven — een laagvliegende kruisraket wordt door grondradars pas op zeer korte afstand gezien (aardkromming + ground clutter).
Terreinreferentie-navigatie (TERCOM / TRN)
TERCOM (Terrain Contour Matching) vergelijkt het gemeten hoogteprofiel langs de vliegbaan met een opgeslagen digitale terreinkaart: de unieke "vingerafdruk" van het landschap verraadt waar je bent, en daarmee wordt het INS gecorrigeerd — geheel zonder satellieten. Aanvullend kan DSMAC-achtige scene matching (camerabeeld vergelijken met referentiefoto's) de eindfase op meters nauwkeurig maken.
- Sterk: onafhankelijk van GPS (immuun voor GPS-jamming), en het laagvliegen zelf is al een tegenmaatregel tegen detectie.
- Beperkingen: vereist voorbereide terreindata van de route; werkt slecht boven vlak of veranderlijk terrein (zee, woestijn, sneeuw); en de radarhoogtemeter is een (zwakke, maar bestaande) emissie die door gevoelige ESM gedetecteerd kan worden.
Een moderne kruisraket combineert alles uit deze paragraaf: INS als ruggengraat, GPS-fixes waar mogelijk, TERCOM-fixes waar GPS verstoord is, terrain following om laag te blijven en eventueel scene matching of een seeker voor de eindfase. Gelaagdheid is de verdediging tegen elke afzonderlijke tegenmaatregel.