Alle voorgaande hoofdstukken beschreven hoe sensoren en wapens het elektromagnetisch spectrum gebruiken. Electronic Warfare (EW, elektronische oorlogvoering) is de militaire strijd om dat gebruik zelf: het spectrum ontzeggen aan de tegenstander, en het veiligstellen voor eigen gebruik.
De gangbare (NAVO-)definitie:
Electronic Warfare is militair optreden dat gebruikmaakt van elektromagnetische energie om het elektromagnetisch spectrum te exploiteren, de tegenstander het effectieve gebruik ervan te ontzeggen of te beperken, en het eigen gebruik ervan te beschermen.
In die definitie zitten drie werkwoorden verstopt, en die vormen precies de driedeling van het vakgebied (§ 10.2):
- Exploiteren — luisteren naar het spectrum om informatie te winnen: wie zendt er, waar, en wat betekent dat? (ESM)
- Ontzeggen / aanvallen — het spectrumgebruik van de tegenstander actief verstoren, misleiden of uitschakelen. (ECM)
- Beschermen — ervoor zorgen dat de eigen sensoren en verbindingen blijven werken ondanks de ECM van de ander. (EPM)
Waarom dit een apart vakgebied is, volgt rechtstreeks uit de eerdere hoofdstukken: de hele fire control sequence (H8) en vrijwel elke geleidingsmethode (H9) leunen op het EMS. Wie het spectrum verliest, is blind, doof en stom tegelijk — radars zien niets, verbindingen vallen weg, wapens missen. Moderne conflicten beginnen dan ook vrijwel altijd met de strijd om het spectrum.
In oudere (en veel Nederlandse) literatuur heten de drie pijlers ECM, EPM en ESM — die indeling volgt dit lesmateriaal. In actuele NAVO/US-doctrine heten dezelfde functies Electronic Attack (EA), Electronic Protection (EP) en Electronic [Warfare] Support (ES). De inhoud is gelijk; alleen de etiketten verschillen.