Sta je twee keer zo ver van een lamp, dan valt er vier keer minder licht op je. Een radarecho moet die weg twee keer afleggen — heen naar het doel en terug — en wordt daardoor met de afstand razendsnel zwakker.
In de praktijkDaarom hoort de radarwaarschuwingsontvanger (RWR) in een gevechtsvliegtuig een vijandelijke radar meestal al ruim voordat die radar het vliegtuig kan zien (§ 13.2). Het signaal naar de RWR hoeft maar één kant op. De vlieger weet dus eerder dat er een radar is dan de radar dat er een vliegtuig is.
Energie die een antenne verlaat verspreidt zich over een steeds groter boloppervlak. Omdat het oppervlak van een bol met R² groeit, neemt de vermogensdichtheid af met het kwadraat van de afstand — de inverse square law (omgekeerde kwadratenwet):
Voor radar is het erger. Het signaal moet heen én terug, en het doel gedraagt zich als een nieuwe (zwakke) zender. Heen geldt 1/R², terug nog eens 1/R². Het ontvangen echovermogen neemt dus af met de vierde macht van de afstand:
De consequenties zijn ingrijpend:
- Bereik is duur: 2× meer bereik vergt 16× meer vermogen (of een evenredig betere antenne/ontvanger). Daarom zijn lange-afstandsradars groot en energiehongerig.
- Detectieafstand schaalt zwak met alles: Rmax ∝ ⁴√(Pt · G² · σ). Vermogen verdubbelen levert maar ~19% extra bereik op.
- De jammer is in het voordeel: het jamsignaal hoeft maar één kant op (1/R²), de radarecho moet heen en terug (1/R⁴). Op grote afstand wint de jammer het dus vrijwel altijd van de echo; pas wanneer het doel dichterbij komt dan de burn-through range wordt de echo sterker dan de jamming.
Een radar detecteert een doel met RCS 10 m² op 200 km. Hetzelfde doel met stealth-maatregelen (RCS 0,001 m², factor 10.000 kleiner) wordt pas gezien op 200 / ⁴√10.000 = 200 / 10 = 20 km.