Opbouw van het EMS
Het elektromagnetisch spectrum is het volledige bereik van EM-straling, geordend van lage naar hoge frequentie (en dus van lange naar korte golflengte). De grenzen tussen de gebieden zijn afspraken, geen harde natuurkundige overgangen:
| Gebied | Frequentie | Golflengte | Militaire relevantie |
|---|---|---|---|
| Radiogolven | 3 Hz – 300 GHz | 100.000 km – 1 mm | communicatie, radar, navigatie, EW |
| Infrarood (IR) | 300 GHz – 394 THz | 1 mm – 760 nm | warmtebeeld, hittezoekende raketten |
| Zichtbaar licht | 394 – 789 THz | 760 – 380 nm | optische sensoren, camera's, laser |
| Ultraviolet (UV) | 789 THz – 30 PHz | 380 – 10 nm | raketpluim-detectie (missile warning) |
| Röntgenstraling | 30 PHz – 30 EHz | 10 nm – 10 pm | medisch/industrieel, niet voor sensoren |
| Gammastraling | > 30 EHz | < 10 pm | nucleaire detectie |
Twee tendensen lopen door het hele spectrum heen en verklaren veel sensor-keuzes:
- Hoe hoger de frequentie, hoe nauwkeuriger je kunt meten en hoe kleiner de antenne of optiek kan zijn — maar ook hoe meer last van demping door atmosfeer, regen en mist.
- Hoe lager de frequentie, hoe verder het signaal reikt en hoe beter het door obstakels en weer heen komt — maar ten koste van nauwkeurigheid en met grotere antennes.
Kern
Er bestaat geen "beste" frequentie. Elk sensortype is een compromis tussen bereik, nauwkeurigheid, afmetingen en weersgevoeligheid. Hoofdstuk 4 werkt dit uit per frequentiegebied.