EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 3 · §3.2 · English version

§3.2 Eigenschappen van de elektromagnetische golf

Open §3.2 in de academy

Inleiding

Om signalen te kunnen herkennen, beschrijven en beïnvloeden moet je een EM-golf kunnen karakteriseren. Vier kenmerken leggen een golf volledig vast: frequentie (of golflengte), amplitude, fase en polarisatie. In deze paragraaf behandelen we de eerste drie; polarisatie komt uitgebreid terug bij radar (§ 5.3).

Deze kenmerken zijn niet academisch: elke vorm van informatie-overdracht via het EMS werkt door één of meer van deze kenmerken te variëren (moduleren), en elke vorm van elektronische oorlogvoering werkt door ze te meten, na te bootsen of te verstoren.

Kenmerken van de elektromagnetische golf

De vier basiskenmerken van een EM-golf:

λ (golflengte) amplitude
Golflengte: afstand tussen twee toppen. Amplitude: maximale uitwijking vanaf de nullijn.
Samenhang

Frequentie bepaalt wat de golf is (radar, IR, licht) en hoe hij zich gedraagt in de atmosfeer. Amplitude bepaalt hoe ver het signaal komt. Fase wordt belangrijk zodra golven met elkaar interacteren of vergeleken worden — de basis onder interferentie, monopulse-tracking en phased-array antennes.

EM-golven in (tegen)fase en uit fase

Simpel gezegd

Twee golven die gelijk op lopen, versterken elkaar; lopen ze precies tegen elkaar in, dan doven ze elkaar uit. Vergelijk het met een schommel duwen: op het goede moment gaat hij hoger, op het verkeerde moment remt hij af.

In de praktijk

In een stad of een bergdal komt een radiosignaal via meerdere wegen binnen: rechtstreeks en via gevels of rotswanden. Waar die golven elkaar uitdoven, valt de verbinding weg — vaak helpt het al om met de radio een paar meter te verplaatsen. Hetzelfde verschijnsel laat een laagvliegend doel boven zee op een radarscherm in- en uitfaden.

Wanneer twee golven van dezelfde frequentie elkaar ontmoeten, telt hun uitwijking op elk moment bij elkaar op: superpositie. Wat het resultaat is, hangt af van het faseverschil tussen de golven:

In fase → versterking In tegenfase → uitdoving groen + amber = invoer, wit = resultaat Faseverschil 180° betekent: de tweede golf loopt een halve golflengte achter.
Superpositie van twee golven met gelijke frequentie en amplitude.

Dit principe heeft directe militaire toepassingen: