EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 3 · §3.4 · English version

§3.4 Amplitudemodulatie en Frequentiemodulatie

Open §3.4 in de academy

Simpel gezegd

Om spraak of data mee te sturen, varieer je iets aan de radiogolf. Bij AM varieert de sterkte van de golf, bij FM de frequentie. FM is daardoor veel minder gevoelig voor ruis en storing.

In de praktijk

De luchtvaartradio (118–137 MHz) gebruikt bewust AM: als twee zenders tegelijk uitzenden, hoor je ze allebei — een gepiep dat de verkeersleider waarschuwt dat er iets gemist is. FM laat juist alleen de sterkste zender door. Tactische gevechtsradio's werken met FM of digitaal, omdat helder verstaanbare spraak in een rumoerige omgeving daar belangrijker is.

Een kale draaggolf (carrier) bevat geen informatie. Om spraak, data of beeld over te brengen moet je een kenmerk van de draaggolf variëren in het ritme van de informatie: moduleren. De twee klassieke methoden:

Amplitudemodulatie (AM)

Bij AM blijft de frequentie van de draaggolf vast en wordt de amplitude gevarieerd met het informatiesignaal. AM is eenvoudig op te wekken en te ontvangen, maar gevoelig voor storing: ruis en interferentie veranderen juist de amplitude, en dat hoor je direct. AM wordt o.a. gebruikt in de luchtvaartband (118–137 MHz) en op de korte golf.

Frequentiemodulatie (FM)

Bij FM blijft de amplitude vast en wordt de frequentie van de draaggolf gevarieerd rond zijn middenwaarde. Omdat de informatie in de frequentie zit en niet in de amplitude, is FM veel ongevoeliger voor amplituderuis: betere geluidskwaliteit, maar het kost meer bandbreedte. FM wordt gebruikt voor omroep en veel militaire VHF-verbindingen.

informatiesignaal AM — amplitude varieert FM — frequentie varieert AM: hoogte van de toppen volgt het informatiesignaal; frequentie constant. FM: toppen dichter op elkaar bij hoge momentane waarde; amplitude constant.
Hetzelfde informatiesignaal overgebracht via AM en via FM.

Voor de EW-specialist is modulatie om twee redenen relevant: