Om spraak of data mee te sturen, varieer je iets aan de radiogolf. Bij AM varieert de sterkte van de golf, bij FM de frequentie. FM is daardoor veel minder gevoelig voor ruis en storing.
In de praktijkDe luchtvaartradio (118–137 MHz) gebruikt bewust AM: als twee zenders tegelijk uitzenden, hoor je ze allebei — een gepiep dat de verkeersleider waarschuwt dat er iets gemist is. FM laat juist alleen de sterkste zender door. Tactische gevechtsradio's werken met FM of digitaal, omdat helder verstaanbare spraak in een rumoerige omgeving daar belangrijker is.
Een kale draaggolf (carrier) bevat geen informatie. Om spraak, data of beeld over te brengen moet je een kenmerk van de draaggolf variëren in het ritme van de informatie: moduleren. De twee klassieke methoden:
Amplitudemodulatie (AM)
Bij AM blijft de frequentie van de draaggolf vast en wordt de amplitude gevarieerd met het informatiesignaal. AM is eenvoudig op te wekken en te ontvangen, maar gevoelig voor storing: ruis en interferentie veranderen juist de amplitude, en dat hoor je direct. AM wordt o.a. gebruikt in de luchtvaartband (118–137 MHz) en op de korte golf.
Frequentiemodulatie (FM)
Bij FM blijft de amplitude vast en wordt de frequentie van de draaggolf gevarieerd rond zijn middenwaarde. Omdat de informatie in de frequentie zit en niet in de amplitude, is FM veel ongevoeliger voor amplituderuis: betere geluidskwaliteit, maar het kost meer bandbreedte. FM wordt gebruikt voor omroep en veel militaire VHF-verbindingen.
Voor de EW-specialist is modulatie om twee redenen relevant:
- Signaalherkenning: het modulatietype is een vingerafdruk. Aan de modulatie (AM, FM, pulsen, digitale varianten) herken je wat voor zender je ontvangt en vaak ook wiens.
- Radartechniek: radar is in essentie ook modulatie — pulse radar moduleert de amplitude (aan/uit), FMCW-radar moduleert de frequentie (§ 5.13). Wie AM en FM begrijpt, begrijpt de helft van de radarvormen al.