Zodra een drone gedetecteerd is, zijn er meerdere EW-manieren om hem uit te schakelen — van zacht naar hard:
- RF-jammer (“drone gun” of vaste installatie): verbreekt de C2- en/of GNSS-link, waarna de drone neerstort, hovert of terugkeert.
- GNSS-spoofing: stuurt de drone subtiel weg van zijn doel of dwingt een landing af — geraffineerder dan jamming, omdat de drone niet doorheeft dat hij misleid wordt.
- Protocol- / cyberovername: het besturingsprotocol overnemen en de drone “kapen” — het meest geavanceerd, maar zeer effectief.
Belangrijk: jamming en spoofing zijn niet kieskeurig. GNSS-spoofing dat drones moet weren, verstoort óók civiele ontvangers in de omgeving — een vorm van fratricide die om zorgvuldig spectrumbeheer vraagt (§ 18).