Een drone heeft twee zwakke plekken: de radioverbinding met zijn piloot en de satellietnavigatie. Breek je één van beide, of allebei, dan raakt de drone de weg of de controle kwijt.
In de praktijkInfanteristen gebruiken "drone guns": jammers in geweervorm die de besturingslink op 2,4/5,8 GHz en de GPS verstoren. Veel commerciële drones landen dan of vliegen terug naar huis. Een fiber-optic drone heeft geen radioverbinding en is daarvoor immuun (§17.5).
De meeste drones zijn kwetsbaar via twee radioverbindingen. Begrijp je die, dan begrijp je drone-EW:
- De C2-link (command & control): de uplink voor besturing en de downlink voor (video)beelden, vaak in de 2,4 / 5,8 GHz ISM-banden. RF-jamming van deze link verbreekt de controle: de drone verliest zijn piloot.
- De GNSS-navigatie: veel drones leunen op GPS/GLONASS (§ 14). GNSS-jamming verblindt de navigatie; GNSS-spoofing voert een vals positiesignaal in waardoor de drone “verplaatst” kan worden of denkt ergens anders te zijn.
Bij verlies van de links vallen veel drones terug op return-to-home of blijven ze hangen — gedrag dat de verdediger kan uitbuiten (een drone die naar huis vliegt, verraadt de bestuurder). Drone-EW is daarmee in feite EW (§ 10) toegepast op het kleinste, goedkoopste platform — met dezelfde principes als jamming en spoofing elders in deze leeromgeving.