Processing gain is eindig. Met genoeg breedbandig jammervermogen, of met een slimme follow-on jammer die de hops volgt, valt een spread-spectrumlink alsnog te verstoren. Daarom wordt het in de praktijk gecombineerd met coding, antenne-nulling richting de jammer (vergelijk CRPA bij GNSS, § 14) en — steeds vaker — met cognitieve technieken uit dit hoofdstuk.
Daar komen de twee concepten samen: spread spectrum maakt een verbinding moeilijk te raken, en cognitive EW zorgt dat zowel de aanvaller als de verdediger zich realtime aanpast wanneer de ander een truc vindt. De rode draad van moderne EW is dus adaptiviteit: niets is meer vast ingesteld; alles leert, springt en past zich aan.
Deze twee concepten verklaren waarom hedendaagse EW-systemen software-centrisch zijn. Spread spectrum is het tegengif tegen veel van de jamming uit § 11 — het bepaalt hoeveel vermogen je nodig hebt en waarom sommige verbindingen “onkwetsbaar” lijken. Cognitive/adaptive EW is de volgende stap voorbij de threat library (§ 13): de snelheid waarmee je je algoritmen bijwerkt, wordt zélf een wapen.