EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 16 · §16.5 · English version

§16.5 FHSS en DSSS

Open §16.5 in de academy

Simpel gezegd

Zender en ontvanger springen samen volgens een geheim patroon tussen veel frequenties. Een jammer die op één frequentie stoort, raakt maar af en toe een sprong.

In de praktijk

De SINCGARS-gevechtsradio verspringt zo'n honderd keer per seconde over de VHF-band, en de Link 16-datalink van NAVO-vliegtuigen springt tussen 51 frequenties. GPS werkt met het andere principe, DSSS: één brede, ruisachtige code die onder de ruis verdwijnt.

Er zijn twee hoofdvormen van spread spectrum:

FHSS — Frequency-Hopping Spread Spectrum

De zender springt volgens een pseudo-random code voortdurend tussen veel verschillende frequenties; zender en ontvanger springen synchroon mee. Een smalbandige jammer raakt daardoor maar af en toe doel — de meeste “hops” mist hij. Bekende voorbeelden: de militaire radio SINCGARS en, civiel, Bluetooth.

DSSS — Direct-Sequence Spread Spectrum

Elk databit wordt vermenigvuldigd met een veel snellere pseudo-random chipsequentie. Het resultaat is een breed, ruisachtig signaal met een laag spectraal vermogen — het verdwijnt als het ware onder de ruisvloer (precies het plaatje hierboven). Een voorbeeld dat je al kent: de GPS C/A-code (§ 14) is in feite DSSS, en dat is waarom een extreem zwak satellietsignaal toch werkt.

FHSS: springen tussen kanalenjammertijdfrequentiede jammer raakt 1 van de 12 hopsDSSS: uitsmeren over een brede banddatabit: smal en hoogruisvloerfrequentiena spreiden: breed en onder de ruiseen smalle jammer raakt maar een sliver
Twee vormen van spread spectrum. Links FHSS: het signaal springt volgens een pseudo-random code van kanaal naar kanaal, zodat een jammer op één frequentie maar af en toe raak is. Rechts DSSS: het signaal wordt over een brede band uitgesmeerd en zakt onder de ruisvloer, waar het moeilijk te vinden en te storen is.

Omdat een gespreid signaal onder de ruis kan verdwijnen, is het van nature LPI/LPD (low probability of intercept/detect): de tegenstander kan het moeilijk vínden, laat staan jammen. Dit is hetzelfde principe als LPI-radar (§ 5), maar dan toegepast op communicatie.