Bij semi-actieve geleiding (SARH) schijnt het lanceerplatform met een soort zaklamp op het doel en volgt de raket de weerkaatsing. Bij actieve geleiding (ARH) draagt de raket zijn eigen zaklamp mee.
In de praktijkMet een AIM-7 Sparrow (SARH) moest de vlieger zijn radar tot de inslag op het doel gericht houden en bleef hij zelf kwetsbaar. Bij een AIM-120 AMRAAM zet de raket in de eindfase zijn eigen radar aan ("pitbull") en kan de vlieger wegdraaien: fire-and-forget.
Bij homing guidance zit de doelsensor in de raket zelf: de seeker ziet het doel en de raket berekent zijn eigen stuuroplossing (meestal met proportional navigation, § 9.4). Hoe dichter de raket nadert, hoe sterker het signaal en hoe nauwkeuriger de geleiding — precies omgekeerd aan command guidance, waar de fout met de afstand groeit. Daarom is homing dé methode voor de terminal phase.
De drie smaken verschillen in waar de "verlichting" vandaan komt: van het eigen platform (semi-actief), van het doel zelf (passief) of van de raket (actief).
Semi-Active Radar Homing
Bij Semi-Active Radar Homing (SARH) verlicht het lanceerplatform het doel continu met zijn radar (de illuminator, vaak CW of interrupted CW — § 5.12). De raket zendt zelf niets: zijn seeker ontvangt de van het doel gereflecteerde energie en homet daarop. Een achterwaartse referentie-antenne ontvangt het directe illuminator-signaal, zodat de seeker via dopplervergelijking het bewegende doel uit de clutter kan vissen.
- Voordeel: de raket is relatief eenvoudig en de zware, krachtige radar staat op het platform — lange detectie- en verlichtingsafstanden.
- Nadeel 1 — gebonden platform: de illuminator moet het doel tot de inslag blijven beschijnen. Het schip of vliegtuig kan al die tijd niet wegdraaien en kan maar zoveel doelen tegelijk aan als het illuminators heeft.
- Nadeel 2 — luide waarschuwing: het doel hoort de CW-verlichting op zijn RWR en weet dus dat er een raket onderweg is — met alle tijd voor jamming, chaff en manoeuvres.
Klassieke voorbeelden: oudere/middengeneratie lucht-luchtraketten en veel scheeps- en grondgebonden SAM-systemen. Het patroon van § 9.3 keert terug: veel moderne systemen gebruiken SARH alleen nog in de terminal phase of zijn overgestapt op actieve seekers.
Passive homing
Bij passive homing komt álle energie van het doel zelf; raket noch platform zendt iets. Twee hoofdvormen:
IR-homing ("hittezoekers")
De seeker homet op de warmte van het doel (hoofdstuk 6): uitlaat, pluim, en bij moderne seekers de hele door wrijving verwarmde romp. Evolutie in generaties: van spin-scan/con-scan reticle-seekers (alleen recht van achteren, makkelijk door flares te verleiden) via gekoelde all-aspect-seekers tot imaging IR: een camerabeeld waarin het doel als vorm wordt herkend — flares worden als puntbronnen verworpen. Het domein van MANPADS en moderne korte-afstands lucht-luchtraketten.
Anti-radiation homing
De anti-radiation missile (ARM) homet op de radio-emissies van het doel — bij uitstek vijandelijke radars. De seeker is een brede passieve ontvanger die de doelradar peilt en klasseert. Hét wapen van SEAD (Suppression of Enemy Air Defences): de radar staat voor de keuze uitzenden-en-geraakt-worden of zwijgen-en-blind-zijn. Tegenmaatregelen: emissiediscipline (kort en onregelmatig zenden), decoy-zenders die de ARM wegtrekken, en snel uitschakelen (waarop moderne ARM's antwoorden met INS/GPS-geheugen van de laatst gemeten positie).
Gedeelde eigenschappen van alle passieve homing:
- Volledig stil: geen enkele emissie — vaak is de eerste waarschuwing de raket zelf (bij IR: alleen een UV/IR-pluimdetectie kan nog alarmeren).
- Echte fire-and-forget: het platform is na de lancering vrij.
- Afhankelijk van de signatuur van het doel: dooft de bron (uitlaat afgeschermd, radar uit), dan verliest de seeker zijn houvast; en de tegenmaatregel-wedloop (flares/DIRCM, decoys) richt zich precies hierop.
- Geen range-informatie (§ 6.4): de seeker meet alleen richting; proportional navigation heeft daar gelukkig genoeg aan.
Active Radar Homing
Bij Active Radar Homing (ARH) draagt de raket zijn eigen complete radar: zender én ontvanger in de neus. Na de midcourse (INS + datalink, § 9.3) gaat de seeker zelf zenden en volgt hij het doel volledig zelfstandig — vanaf dat moment is de raket "autonoom" en het platform vrij: fire and forget op lange afstand.
- Voordelen: het platform kan na de lancering wegdraaien of het volgende doel aangrijpen; meerdere doelen gelijktijdig aanvallen wordt mogelijk; en de seeker komt steeds dichterbij, dus zijn bescheiden zendvermogen (1/R⁴ werkt nu in zijn vóórdeel) volstaat ruimschoots in de eindfase.
- Nadelen: een complete radar in een raketneus is duur en klein (beperkte antenne → beperkt bereik en brede bundel, § 5.7); en zodra de seeker zendt is hij detecteerbaar én jambaar — DRFM-jammers en gesleepte/uitgeworpen actieve decoys zijn precies hierop gericht.
Voor het doelwit is de RWR-volgorde kenmerkend: eerst eventueel de tracking-radar van het platform, dan stilte tijdens de midcourse (alleen datalink), en dan plots een nieuwe X/Ku-band zender die nadert en in PRF omhoog schakelt — de seeker is actief geworden. Dit is het laatst mogelijke moment voor tegenmaatregelen.
| SARH | Passief | ARH | |
|---|---|---|---|
| Wie zendt? | platform (continu) | niemand | de raket (terminal) |
| Fire and forget | nee | ja | ja (na seeker-acquisitie) |
| Waarschuwing doel | vroeg en duidelijk (CW op RWR) | vrijwel geen | pas laat (seeker gaat aan) |
| Gevoelig voor | chaff, jamming, beam-manoeuvre | flares/DIRCM (IR), emissiestop (ARM) | DRFM-jamming, decoys |