Een rangefinder stuurt één laserflits naar het doel en meet hoe lang het licht erover doet om terug te komen: zo weet je de afstand. Een designator schijnt een gecodeerde laservlek op het doel; een bom of raket met een laserzoeker stuurt op die vlek af.
In de praktijkHet vuurleidingssysteem van een tank laseert het doel om de afstand te kennen vóór het schot. Een JTAC op de grond of een targeting pod onder een vliegtuig "verft" een doel voor een lasergeleide bom zoals de Paveway; de lasercode zorgt dat de bom de juiste vlek volgt.
De twee werkpaarden van de militaire laser zitten in vrijwel elke moderne sensorketen — van richtkijker en tank-vuurleiding tot targeting pod en scheepsdirector. Ze lijken op elkaar (beide schieten gepulst laserlicht op een doel) maar hun functie verschilt fundamenteel: de rangefinder meet, de designator markeert.
Laser rangefinder
De laser rangefinder (LRF) meet de afstand tot een doel via de looptijd van een laserpuls — identiek aan het radarprincipe van § 5.1.2:
Het verschil met radar zit in de golflengte: laserlicht (≈ 1 µm) is ~30.000 × korter dan X-band radar (3 cm). Daardoor:
- Vrijwel geen bundeldivergentie: je meet de afstand tot precies dát ene voertuig, niet tot "iets in die richting". Geen clutterprobleem.
- Geen mm-antenne nodig: de hele rangefinder past in een verrekijker of richtkijker.
- Maar: zichtlijn vereist; rook, mist en regen dempen sterk; en het doel kan met een laser warning receiver merken dat het "gelased" wordt.
Operationeel is de LRF de schakel die passieve sensoren compleet maakt (§ 4.2.4): EO/IR geeft richting, de LRF geeft op het beslissende moment de range — en daarmee is de fire control oplossing rond (hoofdstuk 8). In tank-vuurleidingssystemen voedt de LRF direct de ballistische computer; in artillerie-waarneming levert hij samen met kompas en GPS de doelcoördinaten.
Omdat één laserpuls al een waarschuwing kan triggeren, "lase" je een doel zo kort en zo laat mogelijk: passief volgen, en pas rangen wanneer de meting echt nodig is.
Laser designator
De laser designator "verft" een doel met een reeks gecodeerde laserpulsen. Het doel reflecteert die pulsen diffuus in alle richtingen; een semi-active laser (SAL) seeker in een bom of raket ziet die reflectie-"spat" en stuurt erop af (vergelijk semi-actieve radargeleiding, § 9.7.1 — zelfde principe, ander deel van het spectrum).
De pulscode (een afgesproken PRF-patroon, ingesteld als 3- of 4-cijferige code) is essentieel:
- Het wapen volgt alléén pulsen met de juiste code → meerdere designators kunnen tegelijk in hetzelfde gebied werken zonder elkaars wapens te kapen.
- Codes maken het misleiden door de vijand (valse laserspots) veel moeilijker.
De designator kan op de grond staan (JTAC/waarnemer), in een targeting pod onder het vliegtuig hangen, of op een drone zitten. Cruciaal is buddy lasing: de partij die het doel beschijnt hoeft niet de partij te zijn die het wapen afwerpt — een drone kan markeren wat een jachtvliegtuig vanaf kilometers afstand raakt.
Dezelfde fysica als elke laser: zichtlijn nodig tot het einde (de "spot" moet tot de inslag op het doel blijven), gevoelig voor rook/stof/regen, en moderne doelen dragen laser warning receivers die richting én codetype kunnen rapporteren — gevolgd door rook leggen, manoeuvreren of terugschieten op de bron. Verder kan een slecht gericht spot "spillover" geven (de bundel mist deels en verlicht iets achter het doel), waar het wapen dan op homet.