Net als radar (§ 5.10 vs § 5.12) kun je een laser continu of in pulsen laten werken, en die keuze bepaalt de toepassing:
Continuous wave (CW) lasers
De laser staat onafgebroken aan, met constant (relatief bescheiden) vermogen. Toepassingen waar duur belangrijker is dan piek:
- Doelverlichting en -markering over langere tijd (beam riding, § 9.5: de raket "rijdt" op de continue bundel).
- Dazzlers / DIRCM: sensoren en zoekkoppen continu verblinden of misleiden met gemoduleerd CW-licht.
- Lasercommunicatie: data op de bundel moduleren.
- Hoogenergetische laserwapens: seconden lang vermogen (tientallen kW) op één punt houden tot het doel (drone, mortiergranaat) structureel faalt.
Pulsed lasers
De energie wordt opgespaard en in extreem korte pulsen (nanoseconden) ontladen — met gigantische piekvermogens uit een compact apparaat (Q-switching). Toepassingen waar timing en piek tellen:
- Afstandsmeting (§ 7.4.1): een scherpe puls geeft een scherp meetbaar vertrek- en aankomstmoment — exact het pulse-radar-principe, maar dan met licht.
- Doel-designatie (§ 7.4.2): pulsen in een herkenbaar codepatroon waarop het wapen homet.
- LIDAR / 3D-beeldvorming: miljoenen pulsjes vormen een afstandsbeeld per pixel.
Parallel met radar
De analogie is exact: CW-laser ↔ CW-radar (continu, verlichten/meten zonder looptijd), pulsed laser ↔ pulse radar (looptijd → afstand, piekvermogen ≫ gemiddeld vermogen). Wie hoofdstuk 5 begrijpt, krijgt dit hoofdstuk cadeau.