Moderne radars tonen synthetische symbolen op een kaart, maar de klassieke schermtypen bepalen nog steeds het vakjargon — en ze maken zichtbaar wat jamming met een radar doet.
| Scherm | Toont | Typisch gebruik |
|---|---|---|
| A-scope | amplitude tegen range, in één richting | tracking radars, afregelen, analyse van echo's en jamming |
| B-scope | range (verticaal) tegen azimuth (horizontaal), rechthoekig | jachtvliegtuigradars: een sector vóór het toestel |
| PPI (Plan Position Indicator) | range en azimuth in poolcoördinaten, radar in het midden | surveillance, luchtverkeersleiding, schepen |
| RHI (Range Height Indicator) | range tegen hoogte | height finders (§ 5.16), weerradar |
Op een PPI is noise jamming (§ 11.3) direct herkenbaar als een strobe: een radiale baan van ruis in de richting van de jammer. De radar weet dan wel waar de jammer staat (de peiling), maar niet hoe ver — de ruis vult alle range cells. Komt de jammer ook via de side lobes binnen (§ 5.15.1), dan wordt de strobe een brede sector of zelfs een volledig gevuld scherm. Twee radars die elk een strobe zien, kunnen de jammer samen lokaliseren door kruispeiling (§ 5.25). Valse doelen (§ 11.4) zien er op een PPI juist uit als extra, schijnbaar echte plots.
Radartutorial.eu: radarschermen.