Het klassieke SEAD/DEAD-wapen is de anti-radiation missile (ARM), zoals de Amerikaanse AGM-88 HARM (High-speed Anti-Radiation Missile). Dit is in de kern passieve homing (§ 9): de raket zoekt op de radarstraling zelf en vliegt naar de bron — hij heeft geen eigen zender nodig en geeft zichzelf dus niet weg.
Hier ontstaat het beruchte operatordilemma van de radarbemanning:
- Blijf ik uitzenden? Dan kan ik het aanvalspakket zien en bevuren — maar de ARM volgt mijn straling recht naar mij toe.
- Zet ik de radar uit? Dan verlies ik het slot op de ARM — maar ik ben nu blind en kan zelf niets meer raken.
De aanvaller probeert dit dilemma onontkoombaar te maken; de verdediger probeert te ontsnappen. Daarom hebben moderne ARM’s een home-on-jam- en geheugenmodus: zet de radar uit, dan onthoudt de raket de laatst bekende positie en vliegt daar alsnog naartoe. De radaroperator wint dus weinig met simpelweg uitschakelen.
Verdedigers reageren met “shoot-and-scoot”: kort uitzenden, vuren en direct van locatie wisselen voordat de ARM aankomt. Mobiliteit en korte emissietijden (zie ook EMCON, § 18) zijn daarmee een directe tegenmaatregel tegen DEAD — wat de kat-en-muis tussen EA en EP (§ 11–12) mooi illustreert.