Cover pulse jamming is deceptie met een verhullend doel: in plaats van de track wég te trekken, wordt de echte echo begraven. Op (en rond) het moment dat de echte echo bij de radar aankomt, zendt de jammer een bredere, sterkere puls — ruis of DRFM-kopieën — die de doelecho volledig afdekt. De radar ziet wel iets (een verbrede, ruisige retour), maar kan er geen bruikbare range uit halen: de echo verdwijnt ergens in de cover pulse.
- Verschil met noise jamming: de jammer zendt niet continu maar alleen een kort venster rond de eigen echo — veel efficiënter met vermogen (de duty-cycle-logica van § 5.10.3 werkt nu voor de jammer) en veel minder opvallend dan een continue ruisstrobe.
- Verschil met RGPO: er wordt geen valse afstand aangeboden; de informatie wordt gewist, niet vervalst. Vaak worden ze gecombineerd: eerst een cover pulse om de echte echo te maskeren, dan een RGPO-walk om de gate gecontroleerd mee te nemen.
- Voorwaarde: timing. De jammer moet weten wanneer de eigen echo bij de radar aankomt, dus de pulstiming van de radar kunnen voorspellen — opnieuw is PRI-jitter (§ 5.10.6) de natuurlijke tegenzet, want bij onvoorspelbare pulsen komt de cover te vroeg of te laat en steekt de echte echo er naast uit.
Cover pulses worden ook gebruikt om anderen te beschermen: een escort-jammer kan zijn pulsen leggen over de echo's van de hele formatie, en een stand-in jammer over de echo's van naderende wapens. De techniek illustreert een algemene les: jamming hoeft niet te schreeuwen — precies genoeg energie, precies op tijd, precies op frequentie is effectiever én veiliger.