EMS Leeromgeving · Inhoud · Hoofdstuk 11 · §11.3 · English version

§11.3 Noise jamming

Open §11.3 in de academy

Inleiding

Simpel gezegd

Noise jamming is schreeuwen in een zaal zodat niemand de spreker nog verstaat. Het is grof maar werkt — alleen hoort iedereen ook waar het geschreeuw vandaan komt.

In de praktijk

Jamvliegtuigen zoals de EA-18G Growler en grondjammers zoals de Russische Krasukha-4 zenden ruis die hele sectoren op een vijandelijke radar laat "dichtsneeuwen". De operator ziet een streep (strobe) in de richting van de jammer: hij weet waar die zit, maar niet op welke afstand.

Noise jamming valt het meest basale mechanisme van de radar aan: de detectiedrempel (§ 5.10.7). De jammer zendt ruis — willekeurige energie — op de frequentie van de slachtoffer-radar. Die ruis telt op bij de natuurlijke ruisvloer van de ontvanger; de CFAR-drempel schuift mee omhoog, en echo's die eerst ruim boven de drempel uitkwamen verdwijnen eronder. De radar wordt niet misleid maar verblind.

Het effect op het scherm: een heldere, ruisende sector in de richting van de jammer (een "strobe"). De operator wéét dus dat er gejammed wordt, en uit welke richting — alleen niet van hoe ver en door hoeveel platforms. Dat is meteen de fundamentele zwakte van noise jamming: het is een schreeuw die je positie in azimuth verraadt (en waarop home-on-jam wapens kunnen richten, § 12.1.2).

De effectiviteit hangt af van de jamming-to-signal ratio (J/S) in de ontvanger van de radar — en van hoe slim de jammer zijn vermogen over het spectrum verdeelt. Want dáár zit de afruil die de volgende drie paragrafen structureert: een jammer heeft een eindig vermogen, en de radar kan van frequentie wisselen. Smeer je je vermogen breed uit (barrage), dan ben je overal zwak; concentreer je het (spot), dan ben je sterk maar mis je elke frequentiewissel.

Barrage jamming

Bij barrage jamming zendt de jammer ruis over een brede frequentieband tegelijk — breed genoeg om alle (vermoede) werkfrequenties van de bedreigende radar(s) af te dekken, inclusief alle kanalen waarover een frequency-agile radar kan springen.

vermogensdichtheid = Pjammer / Bjam voorbeeld: 1.000 W over 1.000 MHz = 1 W/MHz; dezelfde 1.000 W als spot over 10 MHz = 100 W/MHz — factor 100 sterker in het doelkanaal

Barrage jamming is daarom typisch het werk van grote stand-off platforms met veel opgewekt vermogen, of wordt ingezet als "paraplu" waaronder preciezere technieken werken. Tegen een enkele, bekende radar is het verspilling; tegen een onbekend of frequentie-springend dreigingsbeeld is het de enige optie.

Spot jamming

Spot jamming is het omgekeerde: al het jamvermogen geconcentreerd in een smalle band rond de exacte werkfrequentie van één slachtoffer-radar. Dezelfde watts leveren zo een orde van grootte meer vermogensdichtheid in het kanaal dat ertoe doet — maximale J/S, maximale onderdrukking van die ene radar.

De voorwaarden en zwaktes volgen direct uit het principe:

Spot en barrage zijn dus geen concurrenten maar uitersten op een schuif: vermogensdichtheid tegen bandbreedte-dekking. De praktijk kiest er meestal iets tussenin — of het compromis van de volgende paragraaf.

Swept-spot jamming

Swept-spot jamming (sweep jamming) probeert het beste van beide: een smalle, krachtige spot die snel heen en weer over een brede band zwaait. Elk radarkanaal wordt periodiek met volle spot-dichtheid geraakt, en over de tijd gemiddeld is toch de hele band afgedekt.

Samenvattend over de drie vormen: barrage = overal een beetje, spot = één plek vol, swept-spot = overal om de beurt vol. Welke wint hangt af van wat je weet (ESM!), hoeveel vermogen je hebt en hoe wendbaar de radar is.

Side Lobe jamming

De vorige paragrafen gingen over frequentie; deze gaat over richting. Een radar ontvangt niet alleen door zijn main lobe maar ook — verzwakt — door zijn side lobes (§ 5.15.1). Side lobe jamming exploiteert dat: een jammer met voldoende vermogen drukt zijn ruis of valse echo's door de zijlussen naar binnen, ongeacht waar de antenne op dat moment heen kijkt.

Het effect is wezenlijk anders dan main-lobe jamming:

De prijs: side lobes liggen 25–40 dB onder de main lobe, dus de jammer heeft duizenden tot tienduizenden keren meer vermogen nodig dan voor hetzelfde effect door de hoofdbundel — of hij moet dichtbij staan (stand-in jammer, § 11.2).

De tegenmaatregelen aan radarzijde bestaan en zijn effectief (§ 5.15.1): side lobe blanking (een hulpantenne met breed patroon vergelijkt — komt het signaal harder binnen op de hulpantenne dan op de hoofdantenne, dan kwam het via een side lobe en wordt het weggegooid) en adaptieve nulvorming (phased arrays draaien een diepe null in het patroon richting de jammer). De wedloop main lobe ↔ side lobe is daarmee een klassiek voorbeeld van de ECM-EPM-cyclus uit § 10.2.