Jamming is het bewust uitzenden van elektromagnetische energie om een ontvanger onbruikbaar te maken of te misleiden. Voor radar zijn er twee fundamenteel verschillende families:
| Noise jamming (§ 11.3) | Deceptive jamming (§ 11.4) | |
|---|---|---|
| Principe | de echo verdrinken in ruis | valse, geloofwaardige echo's aanbieden |
| Valt aan | de SNR / detectie (§ 5.1.3) | de gates van de tracker (§ 8.3.1) |
| Vermogen | veel nodig (brute kracht) | weinig nodig (intelligentie) |
| Effect bij de operator | zichtbaar: sectoren "sneeuwen dicht" | onzichtbaar: de radar volgt een spook |
| Verraadt de jammer? | ja, luid — en wordt zelf baken (§ 12.1.2) | veel minder |
Daarnaast onderscheiden we jammers naar plaats:
- Self-protection jammer (SPJ): aan boord van het te beschermen platform zelf — sterkst dichtbij de eigen echo, maar wijst de radar wél precies naar zijn drager.
- Stand-off jammer (SOJ): een gespecialiseerd EW-platform dat van buiten het dreigingsbereik hele sectoren stoort ten behoeve van anderen.
- Stand-in jammer: een (vaak onbemand of expendable) jammertje dat juist dícht bij de vijandelijke radar wordt gebracht — kleine vermogens, grote effecten dankzij 1/R².
- Escort jammer: vliegt mee met de strike-formatie.
De natuurkundige basis onder alles is de jammervergelijking uit § 5.6: het jamsignaal reist één kant op (1/R²), de echo heen en terug (1/R⁴). Op afstand wint de jammer; pas binnen de burn-through range wordt de echte echo weer sterker dan de jamming (§ 12.1.3). Alle jamming-tactiek draait om het zo klein mogelijk houden van dat burn-through-venster.