De early warning radar staat vooraan in de keten: zo vroeg mogelijk waarschuwen, desnoods grof. Elke ontwerpkeuze volgt uit die ene taak — en is met hoofdstuk 5 volledig te verklaren:
| Kenmerk | Typische keuze | Waarom (verwijzing) |
|---|---|---|
| Frequentie | laag: VHF/UHF/L-band | weinig demping → groot bereik; grote golflengte ook beter tegen stealth (§ 5.8) |
| Zendvermogen | zeer hoog | bereik kost vermogen tot de 4e macht (§ 5.6) |
| PRF | laag (honderden Hz) | groot maximum unambiguous range: R = c/(2·PRF) (§ 5.10.5) |
| Pulse width | lang, met pulse compression | veel energie per puls voor bereik, compressie redt de resolutie (§ 5.10.8) |
| Antenne | groot, fan beam, vaak 2D | brede elevatiedekking; hoogte is in deze fase niet nodig (§ 5.16) |
| Scansnelheid | traag (5–12 omwentelingen/min) | lange tijd-op-doel per omwenteling → pulse integration (§ 5.10.8) |
| Nauwkeurigheid | grof (graden, honderden meters) | hoeft alleen te volstaan om een tracker te cuen |
Het resultaat: detectiebereiken van 300–500 km of meer tegen conventionele doelen. De zwakheden zijn de spiegelbeelden van de sterktes: grove resolutie (meerdere doelen versmelten, § 5.17.1), trage update (een snel doel legt kilometers af tussen twee omwentelingen), kwetsbaar voor laagvliegers onder de radarhorizon, en — onvermijdelijk — een enorme, continue emissie die voor ESM op nóg grotere afstand zichtbaar is dan zijn eigen bereik.
EW-radars zijn de "tripwire" van een geïntegreerd luchtverdedigingssysteem (IADS). Voor missieplanning betekent hun positie en frequentieband: waar kun je laag/gemaskeerd doorheen, en vanaf welk punt ben je gezien? Hun lage frequenties maken ze bovendien lastig te jammen met zelfbeschermingsjammers, die vooral op tracker-banden zijn gebouwd.