Clutter is alles wat de radar ziet maar niet wil zien: golven, bomen, gebouwen, regen. Tegen een drukke achtergrond is een klein doel moeilijk te vinden.
In de praktijkAntischeepsraketten vliegen enkele meters boven de golven (sea-skimming) om zich in de zeeclutter en onder de radarhorizon te verstoppen (§ 5.20). Scheepsradars gebruiken doppler en snelle updates om ze toch tijdig te vinden.
Ground clutter is de ongewenste echo van het aardoppervlak: heuvels, bossen, gebouwen, akkers en golven kaatsen het radarsignaal allemaal terug. Voor een grondradar of een look-down vliegtuigradar is dit het grootste detectieprobleem dat er is — de clutter-echo kan 40 tot 70 dB (10.000 tot 10 miljoen keer, § 5.21) sterker zijn dan de echo van een laagvliegend doel.
Kenmerken van ground clutter:
- Vrijwel nul doppler: de grond staat stil, dus de clutter-echo zit rond dopplerfrequentie 0 (§ 5.4). Dít is de sleutel tot onderdrukking.
- Verdeeld (distributed): clutter vult vele range- en hoekcellen tegelijk, anders dan een compact puntdoel.
- Afhankelijk van scheerhoek en terreintype: steile inval en ruw/nat terrein geven meer terugkaatsing; een gladde zee bij lage scheerhoek juist weinig (tot plotseling veel bij hogere zeegang — "sea spikes").
Hoe radars clutter onderdrukken:
- MTI / pulse-doppler (§ 5.11): filtert alles weg rond nul-doppler en houdt bewegende doelen over — de belangrijkste techniek.
- Clutter maps: de radar onthoudt waar vaste clutter zit en negeert die cellen.
- STC (Sensitivity Time Control): de versterking vlak na de puls terugnemen, want dichtbije clutter is het sterkst.
- CFAR (§ 5.10.7): de drempel meebewegen met het lokale clutterniveau.
Clutter is óók een schuilplaats. Bij de notch/beaming-manoeuvre vliegt een vliegtuig dwars op de radar zodat zijn doppler naar nul zakt — het verdwijnt dan in het clutterfilter dat de radar zelf gebruikt (§ 5.11). Chaff (§ 11.7) creëert kunstmatige clutter, en indirect terrain masking (§ 5.23) laat een doel bewust opgaan in de grondclutter.