Het verschil zit in het aantal gemeten coördinaten (zie § 2.1.6):
- Een 2D-radar meet azimuth en range. De antenne heeft een fan beam: smal in azimuth (nauwkeurige richting), breed in elevatie (alles van laag tot hoog wordt geraakt, maar zonder te weten op welke hoogte). Eenvoudig en betrouwbaar; standaard voor luchtverkeersleiding en veel surveillance-taken.
- Een 3D-radar meet azimuth, range én elevation en berekent daaruit de hoogte van het doel. Dat kan op verschillende manieren: een stapel smalle bundels boven elkaar (stacked beam), een elektronisch in elevatie scannende bundel, of een phased array die per doel een pencil beam stuurt.
Waarom hoogte er militair toe doet: voor luchtverdediging bepaalt de hoogte van een doel welk wapen het kan bereiken, hoe de onderschepping gevlogen moet worden en of het doel een dreiging vormt (een verkeersvliegtuig op 11 km vliegt anders dan een kruisraket op 50 m). Vroeger combineerde men een 2D-search-radar met een aparte height finder die op aanwijzing één doel "opmaat"; moderne 3D-radars doen alles tegelijk voor honderden doelen.
2D = waar en hoe ver. 3D = waar, hoe ver én hoe hoog. De prijs van 3D is complexiteit: de energie moet over meerdere elevatiebundels worden verdeeld, wat ten koste gaat van bereik of scansnelheid — of het systeem wordt (veel) duurder.