De belangrijkste lessen van dit hoofdstuk:
- Radar (radiogolven t/m 100 GHz) is de enige sensor die op grote afstand, in alle weer, zelfstandig positie, range én snelheid meet — maar hij zendt actief en verraadt zichzelf daarmee.
- Infrarood detecteert passief op warmte, met uitstekende hoekmeting, maar zonder range-informatie en met sterke weersafhankelijkheid.
- Zichtbaar licht levert de beste identificatie maar vereist licht en zicht.
- Laser vult de gaten: exacte afstandsmeting en wapengeleiding, ten koste van zichtlijn-afhankelijkheid.
| Sensor | Actief/passief | Positie | Range | Snelheid | Alle weer |
|---|---|---|---|---|---|
| Radar | actief | goed | zeer goed | zeer goed (doppler) | ja |
| Infrarood | passief | zeer goed | nee | alleen hoeksnelheid | beperkt |
| EO (licht) | passief | zeer goed | nee | alleen hoeksnelheid | nee |
| Laser | actief | n.v.t. (gericht) | uitstekend | mogelijk (doppler) | beperkt |
Moderne wapensystemen combineren daarom altijd meerdere sensoren. In de volgende hoofdstukken duiken we per sensorfamilie de techniek in, te beginnen met de belangrijkste: radar.